Bouwhistorisch onderzoek

Bouwhistorisch onderzoek is een wetenschap dat zich bezig houdt met alle elementen die een rol hebben gespeeld bij het ontstaan en aanpassen van cultureel erfgoed. De gebouwde omgeving wordt hierbij als uitgangspunt genomen en aangevuld met onderzoeken in relevante archieven en literatuur. Bouwhistorie maakt onderdeel uit van de totale cultuurhistorie waarvan ook andere facetten van onze geschiedenis betrekking hebben.

Hoewel de meeste onderzoeken zich bezig houden met een enkel gemeentelijk monument of rijksmonument, houdt bouwhistorisch onderzoek zich ook bezig met facetten zoals herkomst en handel in bouwmaterialen, productiewijze of gebruik van een pand. Kennis van historische materialen en bouwwijze zijn dan ook van groot belang. Daarnaast is er een grote overlap in kennis met de architectuurgeschiedenis of algemene/plaatselijke cultuurhistorische gebruiken.

Veel bouwhistorisch onderzoekbureaus houden zich voornamelijk bezig met onderzoek naar losse objecten zoals rijksmonumenten of gemeentelijk monumenten. Het cultureel erfgoed herbergt dan ook nog veel historische informatie. Kennis uit het verleden is in de loop der tijd door verschillende redenen verloren gegaan. Een van de belangrijkste ervan is het veranderen in overdracht van kennis zoals het verdwijnen van het gildesysteem en het omschrijven van ‘nieuwe’ technieken in leerboeken. Aangezien de oude werkwijze of technieken niet of nauwelijks zijn beschreven raakte de kennis hiervan verloren. Ook het verdwijnen van erfgoed of aanpassingen ervan hebben geleid tot onbedoeld verdwijnen van kennis en historische informatie.

Om te voorkomen dat ook de resterende historische informatie en de nog aanwezige cultuurhistorische waarden verloren gaat, vragen veruit de meeste gemeenten om een bouwhistorisch onderzoek. Op basis van de diepgang van een onderzoek en het doel ervan worden verschillende vormen van onderzoek toegepast. Er wordt als het ware per onderzoek meer ingezoomd van stedelijke (of landschappelijke) situaties tot een specifiek onderdeel van een object.

Ligt de focus op een gebied of stadsdeel dan wordt er gesproken van een cultuurhistorische inventarisatie waarvan een bouwhistorische inventarisatie deel uit maakt. Hierbij worden meerdere panden langs een ‘meetlat’ gelegd en vaak gecategoriseerd op basis van verschillende (cultuurhistorische) deelwaarden. Aan de hand hiervan wordt veelal bepaald of een object wel of niet wordt aangewezen als monument of niet. Gezien de veelal grote hoeveelheden panden die tegelijkertijd worden onderzocht, spreekt het voor zich dat niet tot op de detail wordt gekeken.

Zodra een pand cultuurhistorisch waardevol is, of een vermoedde van aanwezigheid, wordt een bouwhistorische verkenning (ook wel quick scan genoemd) uitgevoerd. Er wordt dan onderzocht op element niveau zoals ramen, deuren, constructies enz. Een pand wordt dan ook van binnen bezocht. Bij een bouwhistorische verkenning wordt veelal gesproken over en onderzoek op hoofdlijnen omdat er in deze gevallen veelal sprake is van meerdere niet monumentale afwerkingen zoals gipsplaten of recent stucwerk. Indien ook de meeste afwerkingen historisch zijn of de niet monumentale afwerkingen verwijderd zijn, kan er beter op detail onderzocht worden waardoor men spreekt over een bouwhistorische opname. In beide gevallen zal men naast het bouwhistorisch onderzoek ter plaatse ook een bezoek brengen aan de relevante archieven.
Zowel een verkenning als bouwhistorische opname wordt veelal pas uitgevoerd als men iets wil wijzigen aan een pand en is tegenwoordig onderdeel van een vergunningsaanvraag. Bij archeologie was dit al veel langer het geval en moet men bij het verstoren van de bodem eerst archeologisch onderzoek laten uitvoeren. Omdat het bouwhistorisch onderzoek onderdeel is van een omgevingsvergunning dient het te worden aangevuld met een cultuurhistorische waardestelling. Om deze zo objectief mogelijk te houden dient het bouwhistorisch onderzoek met cultuurhistorische waardestelling te worden uitgevoerd door een onafhankelijk bouwhistorisch bureau en overeenkomstig de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek 2019. 

Bij de waardestelling is sprake van 3 monumentale waarden. Hoog-, positief- en indifferent monumentaal. Hoe belangrijker de waarde hoe meer de aanvrager van de vergunning moet aangeven waarom deze waarden moet worden aangetast. Immers, met het verwijderen van hoog monumentale onderdelen verdwijnt vaak ook de historische informatie of context. Het is dus niet zo dat niks meer mag als het om een monument gaat. Daarnaast is het raadzaam om eerst bouwhistorisch onderzoek uit te laten voeren voordat er nieuwe plannen gemaakt worden.

Als laatste bestaat er ook een bouwhistorische deelontleding. De focus ligt dan bij het documenteren van bepaalde elementen zoals balklagen of gemetselde wanden. Dergelijk onderzoeken worden veelal uitgevoerd als de historische informatie verloren dreigt te gaan bij een eventuele ingreep of als zich de mogelijkheid voordoet voor bouwhistorici om tijdens de werkzaamheden aanvullende bouwhistorische informatie te vergaren. Hiermee komen we steeds meer te weten over onze bouwwerelden uit het verleden.

Bouwhistorisch onderzoek wordt (bij voorkeur) uitgevoerd door een onafhankelijk persoon of bureau. Onafhankelijk wil zeggen dat de bouwhistoricus verder geen deel uitmaakt in het ontwerp- of vergunningsproces. Enkele bouwhistorici in Nederland hebben zich ingeschreven bij de Bond Nederlandse Bouwhistorici (BNB) waaronder Reinoud Boter van Moned. Zij hanteren een kwaliteitsregister voor de ingeschreven leden waarbij niet alleen gekeken wordt naar de onafhankelijkheid van de leden maar ook de kwaliteit van de onderzoeken en rapportages. Eerlijkheidshave dient gezegd te worden dat er ook kwalitatief goede bouwhistorici zijn die niet zijn ingeschreven in het register. Omdat de cultuurhistorische waardestelling overeenkomstig de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek 2019 naast gaafheid ook de criteria zeldzaamheid wordt gehanteerd is een ervaring dan ook zeker belangrijk bij het kiezen van de juiste bouwhistoricus.

De kosten van een bouwhistorisch onderzoek is afhankelijk van verschillende factoren. Ieder monument is anders, zowel in omvang als geschiedenis. Hierdoor is het onmogelijk om op voorhand vaste prijzen te hanteren. Wel dient men rekening te houden dat ongeacht de ouderdom of omvang er redelijk wat tijd gaat zitten in het onderzoek zelf als het schrijven van het bouwhistorisch rapport. Kent het monument dat een rijkere geschiedenis dan duurt het onderzoek langer waarmee ook de kosten hoger worden. In de regel liggen de prijzen van een onderzoek vaan een algemeen monument (stadswoning of boerderij) tussen de €2.000 en €3.000.

Wilt u preciezer weten wat een bouwhistorisch onderzoek naar uw pand kost, vraag dan een vrijblijvende offerte op.